Jezus komt spoedig

Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij. – Joh. 14:6

Artikelen

In dit thema kunt u verschillende artikelen lezen. De artikelen gaan over (algemene) Bijbelse onderwerpen, profetische onderwerpen en onderwerpen die betrekking hebben op misleidende leringen. Ik bid dat het voor u tot zegen mag zijn!

Beijver u om uzelf welbeproefd voor God te stellen, als een arbeider die zich niet hoeft te schamen en die het Woord van de waarheid recht snijdt.
– 2 Timotheüs 2:15

2022-03-22

De Openbaring van Jezus Christus – inzicht in de structuur

Dit artikel is geschreven met behulp van aantekeningen uit Bijbelstudies van Chuck Missler. Mijn dank gaat uit naar Koinonia House. De Bijbelteksten in dit artikel komen allen uit de Herziene Statenvertaling.

Beste lezers,

De Openbaring van Jezus Christus, zoals ontvangen door de discipel Johannes op het Griekse eiland Patmos, is in meerdere opzichten een werkelijk uniek Bijbelboek. Het woord Openbaring, in de grondtekst Apokalypsis, betekent zoiets als ‘openbaar maken’, het bekend maken van dat wat komen gaat. Je vindt in dit boek geen vage omschrijvingen van het einde van de aarde die op vele verschillende manieren geïnterpreteerd kunnen worden; er wordt juist zeer gedetailleerd in kaart gebracht wat er in de nabije toekomst gebeuren zal. Onvermijdelijk.

De betekenis van elk woord, elke zinsnede en elke alinea van Openbaring is het waard om onderzocht te worden. Helaas kan ik dat niet in dit artikel doen. Ik wil hier alleen een paar handvaten bieden om zelf de Openbaring van Jezus Christus te bestuderen – een paar algemene principes en een overzicht van de structuur van de tekst. In een volgend artikel wil ik verder ingaan op de structuur van de brieven aan de zeven gemeenten in Openbaring 2 en 3 en daaropvolgend misschien nog een paar andere onderwerpen, maar dat wil ik nu eerst nog even openlaten.

Openbaring is geen slap aftreksel van verhalen die van mond tot mond gingen over de toekomst. Het zijn geen ideeën van volgelingen van Jezus Christus die naar eigen inzicht een mooi totaalplaatje wilden compileren van de toekomst. Integendeel: Openbaring bevat woorden die rechtstreeks van Jezus Christus zelf komen (uitgesproken ná Zijn dood en opstanding) en die Johannes moest opschrijven (Openbaring 1:10 en verder; de brieven aan de zeven gemeenten). Hierna laat Christus de toekomst zien aan Johannes en Johannes schrijft letterlijk op wat hij ziet. Later schrijft Johannes diverse malen op wat een engel hem verteld (bijvoorbeeld hoofdstuk 11:1; 17:1), wederom afgewisseld met omschrijvingen van wat hem getoond wordt over de toekomst (‘En ik zag…’).  Johannes kon zich in afzondering en rust op het eiland Patmos hier volledig op richten: de schrijfstijl maakt duidelijk dat hij zeer zorgvuldig opschreef wat hij hoorde en zag.

Alle Bijbelboeken zijn door God geïnspireerd, alle Bijbelboeken zijn an sich een bron van inzicht wat betreft onze Schepper en Zijn plannen. De Openbaring van Jezus Christus vormt hier geen uitzondering op, maar het is zonder kader van de andere Bijbelboeken wel lastig te lezen. Sterker: een aanzienlijk deel van de woorden en zinnen uit de Openbaring van Jezus Christus zijn pas te begrijpen als teruggegrepen wordt op andere Bijbelboeken die deze woorden verhelderen: dit kan met maar liefst 800 verwijzingen naar andere Bijbelteksten in de 404 verzen van het boek Openbaring. Voor mensen die deze andere Bijbelboeken niet goed kennen, lijkt Openbaring soms een soep van vreemde beelden en rare uitdrukkingen te zijn. Dit gebrek aan kennis leidt voor hen tot de conclusie dat Openbaring maar beter overgeslagen kan worden of geallegoriseerd moet worden. Jammer, want iedereen die oprecht zoekt naar de Waarheid, zal haar kunnen vinden (Johannes 16:12-15).

Een interessant voorbeeld van het begrijpen van Openbaring door kennis van andere Bijbelboeken is Openbaring 12. Hier wordt een barende vrouw omschreven die bekleed wordt met zon, maan en sterren. Er is maar één andere tekst in de hele Bijbel waar eveneens de zon, maan en sterren worden genoemd (dus niet de zodiac!). Deze tekst is te vinden in Genesis 37, waar Jozefs’ droom staat omschreven. Alleen door Genesis 37 is te begrijpen dat de vrouw in Openbaring 12 wel Israël moet zijn.

Om verder wat hoofdlijnen te laten zien van dit Bijbelboek, wil ik langs een aantal verzen in hoofdstuk 1 wandelen. De Openbaring van Jezus Christus begint met de opmerking dat aan Johannes getoond wordt wat ‘spoedig’ zal geschieden (vers 1). Het woord ‘spoedig’ dat hier gebruikt wordt is een vertaling van het Griekse woord ‘tachos’ (Strong G5034, G5036). Dit woord betekent zoiets als ‘snel’ of ‘binnenkort’, maar ook ‘prompt’ of ‘binnen een korte ruimte van tijd’. Het woord ‘tachos’ is zo dus op meerdere manieren uit te leggen. Het kan betekenen dat wanneer het einde begint, het erg snel, abrupt, plotseling of haastig begint. Het kan ook betekenen dat de dingen die moeten gebeuren binnen een korte tijdspanne zullen gebeuren; dat het einde dus niet lang of slepend zal plaats vinden, maar slechts een korte tijd in de wereldgeschiedenis in beslag zal nemen.

Een ander, zeer uniek punt is de belofte die omschreven staat in Openbaring 1:3:

‘Zalig is hij die leest en zijn zij die horen de woorden van de profetie, en die in acht nemen wat daarin geschreven staat, want de tijd is nabij.’

Het woord tēreō (Strong G5083) dat hier wordt gebruikt en in de HSV vertaald wordt met ‘in acht nemen’, is een werkwoord dat ook vertaald kan worden met zoiets als ‘zorgvuldig volgen’, ‘bewaren’ en ‘nauwlettend observeren’. Oftewel: zalig, gezegend zijn zij die de woorden uit de Openbaring van Jezus Christus lezen of horen, onthouden en nauwlettend observeren. Er is maar één boek in de Bijbel dat een belofte tot zegen voor de lezer in zich herbergt en dat is Openbaring! Terwijl ik dit artikel dus schrijf, belooft de Heere zelf dat hier een zegen aan verbonden is; deze zegen staat vast. Als u dit artikel door blijft lezen en daarbij dit Bijbelboek ook ter hand neemt, wat ik hoop, dan zult u ook daardoor gezegend worden.

In vers 7 en 8 wordt vervolgens het hoofdthema van de Openbaring genoemd:

‘Zie, Hij komt met de wolken, en elk oog zal Hem zien, ook zij die Hem doorstoken hebben. En alle stammen van de aarde zullen rouw over Hem bedrijven.’

Het hele boek werkt toe naar de wederkomst (dus niet de opname!) van Jezus Christus op aarde aan het einde van de zevenjarige periode (Daniel 9:27) die wij Jacobs’ benauwdheid (Jeremia 30:7) of de verdrukking noemen. Hierna wordt in Openbaring behandeld wat er daarna zal gebeuren: het Duizendjarig Vrederijk en vervolgens de eeuwigheid (vanaf hoofdstuk 20).

In vers 19 van het eerste hoofdstuk wordt vervolgens een overzicht van de structuur van het boek weergegeven in drie delen: (1) wat u hebt gezien, (2) wat is en (3) wat hierna zal geschieden. ‘Wat u hebt gezien’, deel 1 van Openbaring, is de verschijning van Jezus (Na Zijn opstanding) aan Johannes op Patmos, zoals te lezen in hoofdstuk 1 van het boek. ‘Wat is’, het heden, beslaat het tweede deel van Openbaring: de brieven aan de zeven gemeenten. Voor het derde deel, ‘wat hierna zal geschieden’, wordt  in het Grieks het woord ‘meta tauta’ gebruikt. Dit woord markeert typisch een breekpunt in een tekst. De toekomst, dat wat zal zijn, begint in hoofdstuk 3 en eindigt in hoofdstuk 22. Hoofdstuk 3 tot en met 22 beschrijft op enkele macroperspectieven na, de periode na de zeven gemeenten, oftewel de periode na de kerkbedeling (genadetijd). Dit is de tijd van oordelen over hele de aarde, die het gevolg zijn van het afwijzen van (het offer van) Jezus Christus, Gods Zoon.

Indeling van Openbaring in 3 delen:

Hilga 1.png
Deel 1: Wat u hebt gezien - de verschijning van Jezus Christus

Het eerste deel van Openbaring, hoofdstuk 1, bevat allereerst een introductie (vers 1-3), vervolgens een groet en omschrijving van de omstandigheden waaronder het boek geschreven is (vers 4-11) en vervolgens in de verzen 12-18 een visioen van Jezus Christus na Zijn hemelvaart. In dit eerste hoofdstuk staan in totaal zeven titels van Jezus Christus. Elke titel van Jezus Christus die in hoofdstuk 1 genoemd wordt, wordt opnieuw gebruikt in een van de brieven aan de zeven gemeenten: elke titel van Christus geeft een verbondenheid aan met een van de zeven gemeenten. Het is een interessante puzzel om de zeven titels in hoofdstuk 1 te vinden en te koppelen aan elke brief. Een voorbeeld: in hoofdstuk 1 vers 17 en 18 wordt aan de Heere de titel gegeven: ‘Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest, en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid.’ De eerste regel van de brief aan Smyrna bevat dezelfde omschrijving van de Heere – Smyrna is de gemeente die tot de dood vervolgd werd.

Ik heb eerder al genoemd dat Openbaring alleen goed te begrijpen is door kennis van de andere Bijbelboeken. Vers 4 van hoofdstuk 1 is daar ook weer een goed voorbeeld van: hier worden zeven Geesten genoemd. Dit is een idioom van de Heilige Geest, die in Jesaja 11:2 (een Messiaanse profetie) wordt genoemd in zevenvoud:

‘Op Hem zal de Geest van de Heere (1) rusten: de Geest van wijsheid (2) en inzicht (3), de Geest van raad (4) en sterkte (5), de Geest van de kennis (6) en de Vreze des Heeren (7).’

Vanaf vers 12 wordt vervolgens omschreven hoe Johannes de Heere ziet. Hij wordt omschreven aan de hand van zeven kenmerken. Al deze kenmerken kunnen begrepen worden met behulp van teksten uit andere Bijbelboeken.

Hilga 2.png
Deel 2: Wat is - de zeven gemeenten

Het tweede deel van Openbaring bevat zeven brieven aan zeven gemeenten. Deze brieven kunnen op verschillende manieren gelezen worden. Ten eerste zijn het brieven aan gemeenten die ten tijde van het op schrift stellen van de Openbaring daadwerkelijk bestonden in Klein-Azië, het huidige Turkije. Deze gemeenten hadden blijkbaar in die tijd de boodschap nodig die zij in deze brief ontvingen.

Elke brief bevat de slotzin: ‘Wie oren heeft die hore, wat de Geest tot de gemeenten zegt.’ Dit betekent dat, hoewel de brief is geschreven aan slechts één gemeente, het de bedoeling is dat de gemeenten (meervoud) ieder brief lezen. Anders gezegd: hoewel elke brief aan één specifieke gemeente is gericht, is het van belang dat alle gemeenten luisteren naar de boodschap. Dit is tweede laag van interpretatie van de zeven brieven: elke gemeente van Jezus Christus op aarde lijkt in meer of mindere mate op de gemeenten die genoemd worden in de brief. In welke eeuw, in welk werelddeel ook, elke gemeente kan zich in zeker opzicht spiegelen aan de zeven gemeenten uit Openbaring.

De sleutel tot de derde laag van interpretatie is ook te vinden in de zin die ik zojuist noemde: ‘Wie oren heeft die hore, …’. Iedereen heeft oren: de boodschap in elke brief is dus ook bedoeld voor ieder individu en bevat een persoonlijke boodschap voor ieder individu.

Het boek Openbaring is vele jaren na Pinksteren opgetekend: er moeten op dat moment wel inmiddels wel meer dan honderd gemeenten geweest zijn. Er waren grote gemeenten (bijvoorbeeld Rome), gemeenten in invloedrijke steden en er waren gemeenten die al veel ouder waren dan de zeven gemeenten die in het boek Openbaring genoemd worden (bijvoorbeeld de gemeente in Jeruzalem). Een prangende vraag is daarom waarom de Heere besloot juist deze zeven gemeenten een brief te sturen. Een mogelijk antwoord op die vraag is te vinden in de vierde laag van interpretatie: precies deze gemeenten met deze problemen en op deze volgorde geven de geschiedenis van de gemeente van Christus weer over de afgelopen tweeduizend jaar.

In de tabel is te zien welke brief bij welke fase in de geschiedenis past.

Hilga 3.png
Deel 3: Wat hierna zal geschieden – Verdrukking, wederkomst en Duizendjarig Vrederijk

Vanaf hoofdstuk 4 wordt de gemeente niet meer genoemd, maar gaat het boek verder met de troon van Christus en daaromheen (onder meer) de vierentwintig oudsten. Om erachter te komen wie de vierentwintig oudsten zijn, kan gekeken worden naar het getal vierentwintig: waar wordt nog meer het getal vierentwintig genoemd in de Bijbel? Dit gebeurt slechts éénmaal in het Oude Testament: in 1 Kronieken 24:1-19 worden vierentwintig priesters omschreven. De tekst in Openbaring verraad even later zelf ook wie de vierentwintig oudsten zijn: de oudsten zingen namelijk een lied (hoofdstuk 5, vers 9 en 10): ‘U hebt ons gekocht met uw bloed, uit elke stam, taal, volk en natie en U hebt ons gemaakt tot koningen en priesters.’ Deze koningen en priesters zijn dus de mensen die met het bloed van Jezus Christus zijn vrijgekocht en na de periode van de gemeente zijn opgenomen in de hemel (= de opname).

De tweeduizend jaar kerkgeschiedenis (Openbaring 2 en 3) krijgt in Bijbelse profetie, afgezien van Openbaring 2 en 3, bijna geen aandacht: het is alsof de tijd dat de vierentwintig oudsten (dus de mensen die gekocht zijn met het bloed van Christus) op aarde leefden een tijd is waar de meeste profetieën overheen springen. Zo’n sprong in de tijd is in Bijbelse profetie geen uitzondering: soms gebeurt dit zelfs binnen een vers. Een bekend voorbeeld hiervan is de profetie uit Jesaja 61 die Christus zelf in de synagoge voorleest: ‘om uit te roepen het jaar van welbehagen van de Heere,’. Christus stopt midden in de zin uit Jesaja en vertelt hierover in Lukas 4 dat ‘dit Schriftwoord heden in vervulling is gegaan’. De zin in Jesaja gaat echter verder met: ‘… en de dag van wraak van onze God.’ De ‘dag van wraak van onze God’ is nu, grofweg twee millennia later, nog niet gekomen. Dit betekent dat de komma in Jesaja 61 een tijdsinterval geeft van meer dan tweeduizend jaar. Er zijn meer van dit soort tijdsintervallen in Bijbelse profetie: namelijk precies vierentwintig…. een exacte verwijzing naar de vierentwintig oudsten die op aarde zijn tijdens het tijdsinterval van de gemeente van Christus (Daniel 9:26, Psalm 34:12-16, Psalm 118:22, Jesaja 53:10, Jesaja 9:6, Klaagliederen 4:21-22, Jesaja 61:2, Daniel 11:20-21, Hosea 2:13-14, Hosea 3:4-5, Amos 9:10-11, Micha 5:2-3, Habakuk 2:13-14, Zefanja 3:7-8, Zacharia 9:9-10, Mattheus 10:23, Mattheus 12:20, Lukas 1:1,32, Lukas 4: 18-20, Lukas 21:24, Johannes 1:5-6, 1 Petrus 1:11, 1 Petrus 3:10-12, Openbaring 12:5,6).

Vervolgens wordt in hoofdstuk 6 begonnen met het openen van de eerste zes zegels. Hier vangt, nadat de vierentwintig oudsten in de hemel zijn gekomen, de zevenjarige verdrukking aan. In hoofdstuk 6 tot en met hoofdstuk 18 zijn de oordelen terug te vinden die plaats zullen vinden tijdens de verdrukking. Hoewel de oordelen op chronologische volgorde zijn opgetekend, is de tekst niet volledig lineair-chronologisch. Er zijn tussen de oordelen verschillende ‘pauzes’ ingelast, waarin wordt teruggegrepen op een andere lijn in de geschiedenis, een overview wordt gegeven of waar op een andere manier een ander perspectief wordt geboden.

Een voorbeeld van deze verschillende perspectieven is te vinden rondom de wereldleider tijdens de verdrukking, ook wel bekend als ‘de antichrist’. In hoofdstuk 6, als de eerste zegels geopend worden door het Lam, is het eerste zegel, oftewel het witte paard, de komst van deze wereldleider. Deze wereldleider, het beest, wordt hier geportretteerd als een ruiter op een wit paard met een boog. Een boog staat symbool voor een verbond; dat er geen pijl bij de boog zit betekent dat de ruiter zonder strijd zijn macht zal verkrijgen. Een aantal hoofdstukken verder, in hoofdstuk 13, wordt het beest opnieuw omschreven: hij zal uit de zee opkomen (uit de mensenmassa) en hij zal 42 maanden lang God lasteren. Hij zal macht krijgen over de hele aarde en zal aanbeden worden door allen die op de aarde wonen, waarna vanaf hoofdstuk 13:11 de opkomst van zijn profeet omschreven wordt. Deze profeet, het beest uit de aarde, zal onder andere door wonderen maken dat iedereen het eerste beest (de antichrist) zal aanbidden. In hoofdstuk 17 (vers 12 en 13) wordt de komende wereldleider weer vanuit een ander perspectief omschreven: er zullen tien koningen zijn, tien wereldleiders, die hun macht aan het beest zullen overdragen.

Er zijn in totaal zeven zegels, waarvan de eerste vier zegels vier paarden zijn. Het paard is een algemeen symbool voor oordeel (2 Koningen 6: 15-18, Jeremia 46:9-10, Joel 2:3-11, Nahum 3:1-7, Zacharia 1:8-11). Na het witte paard, oftewel het beest, oftewel de wereldleider van de Nieuwe Wereldorde, volgt het rode paard. Deze brengt oorlog. Het zwarte paard brengt vervolgens honger (hyperinflatie) en het groene paard ten slotte de dood (de meeste Bijbelvertalingen vertalen het woord ‘chloros’ met grauw of vaal). Na de vier paarden volgen het vijfde en zesde zegel: de afslachting van christenen en vervolgens een grote aardbeving cq. natuurramp.

Het oordeel bestaat in totaal uit zeven zegels, waarvan het laatste zegel bestaat uit zeven bazuinen. Hierop volgen zeven schalen met oordelen. Tussen deze oordelen zijn pauzes ingelast waarin een ander perspectief wordt ingenomen of een parallel thema van deze geschiedenislijn wordt besproken. In de tekst ziet dat er zo uit:

Hilga 4.png
In aansluiting op de verdrukking wordt de overwinning van de Heere omschreven. Hoofdstuk 19 begint met een overwinningslied, daarna de bruiloft van het Lam en vervolgens het Duizendjarig Vrederijk. Aan het einde van deze duizend jaar vindt er na een korte vrijlating van Satan opnieuw een oorlog plaats waarin Gog (nu bekend als Rusland) opnieuw een belangrijke rol zal hebben (Openbaring 20:7-10). Vanaf hoofdstuk 21 wordt tot slot de eeuwigheid omschreven.

Veel mensen, zowel christen als niet-christen, beginnen zich af te vragen hoe de wereldwijde spanningen en problemen zich verder zullen ontwikkelen. We proberen allemaal de puzzelstukjes in elkaar te leggen en er een coherent geheel van te maken. Dit is niet altijd even simpel: niet alle informatie de we krijgen is altijd even betrouwbaar en de puzzelstukjes die we wel krijgen aangereikt zijn vaak maar erg klein. Het Bijbelboek Openbaring geeft ons een blik op het totaal: het is als het deksel van de puzzeldoos waarop te zien is hoe de stukjes uiteindelijk in elkaar zullen vallen.  Het boek is niet bedoeld om de toekomst te voorspellen, maar om, zodra het zover is te kunnen erkennen dat dat wat plaats vindt, al ver van tevoren is vastgesteld. Alles verloopt precies volgens het plan van de Almachtige en wij kunnen daarin Zijn almacht zien:

‘Ik ben God, en er is geen als Ik, Die vanaf het begin verkondigt wat het einde zal zijn, van oudsher de dingen die nog niet plaatsgevonden hebben.’ (Jesaja 46: 9-10)

Door de perikelen op aarde kunnen we ons afvragen hoever we nu voor de Opname en voor de verdrukking leven. Om een antwoord te krijgen op die vraag kunnen we letten op signalen van een aanstaande opening van de eerste drie zegels, waardoor de eerste drie oordeelspaarden alle vrijheid zullen hebben. Kunnen we voortekenen zien van de vormgeving van een totalitair wereldrijk waarin één wereldleider regeren zal, van een opmars naar wereldwijde oorlog, van steeds meer inflatie en in haar kielzog (voedsel-) tekorten?

Jezus komt spoedig fellowship

Hilga - 18:47:35 @ Profetisch | Een opmerking toevoegen

Opmerking toevoegen

Fill out the form below to add your own comments

To reduce automated spam, this function is protected with a captcha.

This requires content from the third-party provider Google to be loaded and cookies to be stored.


 


 

E-mailen
Map
Info
Instagram