Jezus komt spoedig

Ik ben de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand komt tot de Vader dan door Mij. – Joh. 14:6

Artikelen

In dit thema kunt u verschillende artikelen lezen. De artikelen gaan over (algemene) Bijbelse onderwerpen, profetische onderwerpen en onderwerpen die betrekking hebben op misleidende leringen. Ik bid dat het voor u tot zegen mag zijn!

Beijver u om uzelf welbeproefd voor God te stellen, als een arbeider die zich niet hoeft te schamen en die het Woord van de waarheid recht snijdt.
– 2 Timotheüs 2:15

2022-06-19

Het oordeel voor de gelovigen – over de rechterstoel en kronen

Wie vandaag tot geloof komt zal door zijn geloof behouden zijn. Niemand is behouden om wat hij of zij heeft gedaan en wat u ook zal doen aan goede werken in de toekomst – het voegt daar niets aan toe. Echt niemand kan zijn behoudenis bereiken door wat hij of zij aan goede werken doet. Betekent dat dat u, nu u eenmaal behouden bent, kunt doen wat u maar wilt? Volstrekt niet! (Romeinen 6:2)

Van een volgeling van de Heere Jezus Christus wordt verwacht dat hij of zij een nieuw leven leidt (Romeinen 6:6). Dat leven is misschien niet altijd foutloos (Mattheus 26:41), maar het is wel veranderd. De gelovige kiest er nu voor om oude zonden achterwege te laten en richt zich op het doel: de goede strijd strijden en het geloof in de Heere Jezus Christus behouden (2 Timotheüs 4:7). Als een christen vervolgens na de opname of na de dood voor de Heere Jezus Christus komt te staan, dan zal hij geoordeeld worden. De Heere zal een gelovige niet veroordelen om zijn zonden, want daarvoor heeft Hij zelf de straf gedragen (Hebreeën 1:3). Hij zal wel oordelen over alle goede werken – en Hij zal het goede dat u gedaan hebt in het aardse leven belonen. Genade staat dus niet haaks op het doen van goede werken: wie de genade van de Heere Jezus Christus heeft ontvangen begint een nieuw leven. In dit nieuwe leven gaat het karakter en het gedrag van de gelovige steeds meer op dat van Christus lijken (Romeinen 6:12-14). In de Bijbel worden dit de vruchten van de Geest genoemd (Galaten) en goede werken (Jakobus).

Wat ik nu puntsgewijs geschetst heb wat betreft genade en goede werken wil ik graag verder uitspitten, met als doel een overzicht van de beloningen die een gelovige kan verwachten na de dood of na de opname.

Behoudenis alleen door geloof
Zoals ik in de inleiding al opmerkte is de gelovige behouden door geloof en niet door het doen van goede werken (Efeze 2:8-9):

‘Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, op dat niemand zou roemen.’

Welke werken worden beloond?
Wie vervolgens werken heeft gedaan voor God, zal daarvoor loon ontvangen (1 Korinthe 3:10-15):

‘Overeenkomstig de genade van God die mij gegeven is, heb ik als een wijs bouwmeester het fundament gelegd en een ander bouwt daarop. Ieder dient er echter op toe te zien hoe hij bouwt. Want niemand kan een ander fundament leggen dan wat gelegd is, dat is Jezus Christus. Of nu iemand bouwt met goud, zilver, edelstenen, hout, hooi of stro, ieders werk zal openbaar worden. De Dag zal het namelijk duidelijk maken, omdat die in vuur verschijnt. En hoe ieders werk is, zal het vuur beproeven. Als iemands werk dat hij op het fundament gebouwd heeft, standhoudt, zal hij loon ontvangen. Als iemands werk verbrand, zal hij schade lijden. Hijzelf echter zal behouden worden, maar wel zo: als door vuur heen.’

Paulus vertelt hier dat hij het fundament heeft gelegd voor de kerk in Korinthe (Handelingen 18), en hij legde toen het enige fundament dat gelegd kan worden: Jezus Christus. Dit is gelijk ook het enige mogelijke fundament voor elke gemeente: als het niet gefundeerd is op Jezus Christus, is het geen gemeente. Er kan nooit iets waardevols gebouwd worden op een ander fundament dan Jezus Christus. Aan de andere kant kan er ook op een onwaardige wijze verder gebouwd worden op het juiste fundament. Paulus wist dat er na hem anderen zouden komen die verder zouden bouwen op dit fundament. Sommige werken zullen zijn als bouwsels van kostbare materialen zoals goud, zilver en kostbare gesteenten (bijvoorbeeld marmer en graniet); andere werken zullen zijn als bouwsels van onwaardige bouwmaterialen zoals hout en stro.
God zal ons werk testen door vuur; de werken van sommige mensen zullen dan van geen enkele waarde blijken te zijn: het zal als hout, stro en hooi verbranden. Sommige mensen hebben misschien heel veel gebouwd in hun leven, maar als het alleen maar om bouwen met hout of stro ging, dan zal door het vuur blijken dat het uiteindelijk helemaal niets geweest is. Die hoeveelheid doet er dan uiteindelijk niet toe: hout blijft hout en stro blijft stro. Dit kan een onthutsende gedachte zijn: veel mensen die denken dat zij in hun leven God dienen met hun werken, zullen op de dag van het oordeel ontdekken dat al hun werken geen eeuwigheidswaarde hebben gehad. Ze hebben weliswaar gebouwd op het fundament - Jezus Christus -, maar ze blijken uiteindelijk niets gedaan te hebben voor de Heere Jezus Christus. Hun werken hadden uiteindelijk misschien wel alles te maken met hun eigen eer, hun eigen aanzien of andersoortige winst die het voor henzelf opleverde. Zo worden niet alleen onze werken, ons karakter en onze verlangens in dit aardse leven geoordeeld, maar ook de motieven die ten grondslag liggen aan onze werken (1 Korinthe 1:13; 1 Petrus 5:2). Als het geloof in Jezus Christus van de mensen wiens werken hooi en stro bleken te zijn wel oprecht was, dan zullen zij misschien wel gered worden, maar zij zullen geen beloning, geen kroon ontvangen. Zij zullen met lege handen de eeuwigheid in gaan. Hoewel hun ziel gered is, hebben zij hun leven op aarde verprutst.

De rechterstoel van Christus
Deze grote test van onze werken wordt ook genoemd in 2 Korinthe 5:10:

‘Daarom stellen wij er ook een eer in, hetzij inwonend, hetzij uitwonend om Hem welbehaaglijk te zijn. Want wij moeten allen voor de rechterstoel van Christus openbaar worden, opdat ieder vergelding ontvangt voor wat hij door middel van zijn lichaam gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad.’

Uit deze tekst blijkt opnieuw dat dat wat wij nu doen, consequenties voor de eeuwigheid heeft. Ons doel moet voortdurend zijn om God te behagen, God een plezier te doen. Het doet er niet toe wat andere mensen van ons als gelovigen denken, het gaat erom Christus een plezier te doen. We kunnen dit in twee verschillende fasen van ons ‘zijn’ doen: we kunnen God in dit aardse leven behagen (terwijl we ‘inwonend’ in ons lichaam zijn) en we kunnen dat doen als we in Zijn directe aanwezigheid zijn (uitwonend). Sommige werken kunnen we nu wèl doen, maar niet in de eeuwigheid. Bijvoorbeeld: het lef hebben om anderen over Jezus Christus te vertellen, ons geloof (na dit aardse leven aanschouwen we) en onze volharding, ook in moeilijke tijden.
Zodra we uit ons lichaam (uitwonend) zijn, zullen we voor de rechterstoel van Christus komen te staan en geoordeeld worden. De rechterstoel wordt in het Grieks de ‘bema’ genoemd. Het woord ‘bema’ betekent zoiets als ‘trede, stap’(Strong G968); het is een soort verhoogd platform. Romeinse magistraten zaten in het Romeinse Rijk op de bema om te oordelen. Het was een plek van zowel eerbied als angst voor de mensen.

Het oordeel voor de rechterstoel van Christus is niet hetzelfde als het oordeel voor de Grote Witte Troon (Openbaring 20: 11-15). Het oordeel voor de rechterstoel is een oordeel alleen voor de gelovigen. Sterker, het is een privilege voor de gelovigen om dit oordeel te ontvangen. In Hebreeën 6:10 staat dit zo omschreven:

‘Want God is niet onrechtvaardig dat Hij uw werk zou vergeten en de liefdevolle inspanning die u Zijn naam bewezen hebt, doordat u de heiligen gediend hebt en nog dient.’

Kronen voor onze werken
De beloningen die we van Christus zullen ontvangen, worden op verschillende plekken in de Bijbel omschreven als kronen. Er wordt zo een vijftal beloningen (kronen of kransen) omschreven:

1. De kroon van het leven voor hen die Hem liefhebben en de verzoeking verdragen. Deze kroon is voor de vervolgde christenen, voor hen die trouw zijn tot in de dood (Jakobus 1:12, Openbaring 2:10).
2. De onverwelkbare krans van de heerlijkheid voor hen die de kudde hoeden (1 Petrus 5: 2-4). De krans is voor hen die de kudde als een voorbeeld leiden, niet voor hen die heerschappij over de kudde willen hebben. Ook hier zijn de motieven voor het toezicht houden op de kudde van belang: vrijwillig, niet uit winstbejag.
3. De erekroon voor het prediken van het Woord aan hen die Christus nog niet kennen (1 Thessalonicenzen 2: 13-20).
4. De krans van de rechtvaardigheid voor allen die naar Zijn komst uitzien (2 Timotheüs 4:8).
5. De onvergankelijke krans voor zelfbeheersing (1 Korinthe 9:25-27). Paulus legt de betekenis hiervan uit aan de hand van een wedstrijd. Iemand die deelneemt aan een wedstrijd, beheerst zich als het gaat om zaken die zijn doel, het winnen van de wedstrijd, in de weg kunnen staan. Op dezelfde manier moeten ook de gelovigen zich beheersen als het gaat om dingen die hun doel in de weg kunnen staan. Voor de Korinthiërs kon het dan gaan om het weigeren van vlees dat aan afgoden geofferd was. Voor ons kan het bijvoorbeeld gaan om het loslaten van onze hebzucht, om het afstand nemen van heidense gewoonten (zoals bijvoorbeeld een kerstboom in huis) of om het stoppen met het lezen van bepaalde tijdschriften.

Ik denk dat de vijf kronen die ik hier heb opgesomd geen totaalplaatje geven van de beloningen die de gelovigen te wachten kunnen staan. Deze vijf kronen zouden misschien gezien moeten worden als voorbeelden van beloningen. Er zouden er veel meer kunnen zijn.

Ik denk ook dat uit de brief aan de gemeente in Philadelphia blijkt dat de beloningen weer verloren kunnen gaan. De Heere Jezus houdt hen voor dat zij moeten vasthouden aan wat zij hebben, zodat hun kroon niet wordt weggenomen (Openbaring 3:11). Het gaat hier niet om het stelen van een kroon, immers, een beloning die God na dit leven geeft, kan niet gestolen worden. Hij kan wel aan iemand anders gegeven worden. Om dat te voorkomen, moeten de gelovigen in Philadelphia vast houden aan wat ze hebben. Wat is het dan, dat deze gelovigen hebben en waar ze aan moeten vasthouden? Ze hebben ten eerste de mogelijkheid om te evangeliseren: ze hebben ‘voor hun ogen een geopende deur’ (vers 8). Ten tweede hebben ze volledig vertrouwen op God: ze hebben ‘weinig kracht en toch Mijn Woord in acht genomen’ (vers 8). Tot slot zijn ze voortdurend trouw aan de Heere Jezus: ze hebben de naam van Jezus niet verloochend (vers 8). Dit zijn dus de werken van de gelovigen in Philadelphia waar ze aan vast moeten houden en waar ze een kroon voor zullen ontvangen: evangeliseren, volledig vertrouwen op God en de naam van Jezus Christus nooit verloochenen.

Hoewel ik in dit artikel mijn best heb gedaan om helder te krijgen hoe het oordeel voor de gelovigen eruit ziet en wat de beloningen zijn die hen te wachten staan, ben ik ook een mens met mijn eigen tekortkomingen. Ik wil u daarom vragen te toetsen wat u hebt gelezen.

‘Zie, Ik kom spoedig. Houd vast wat u hebt, opdat niemand uw kroon zal wegnemen.’
(Openbaring 3:11)

Jezus komt spoedig fellowship

Admin - 17:06:48 @ Profetisch | Een opmerking toevoegen

 


 

E-mailen
Map
Info
Instagram